Aard van het beestje

Illustratie: Annemiek Janmaat
Illustratie: Annemiek Janmaat

Het begrip allochtonen kent nogal wat voorgangers. Na de gastarbeiders, buitenlanders, medelanders en nieuwe Nederlanders kwamen de nieuwkomers en de immigranten. Al die titels hebben nogal verschillende betekenissen, maar twee dingen hebben ze gemeen. Ze staan níet voor de ‘ik-was-hier-eerder-Nederlander’ en ze hebben voor velen een negatieve klank.

De Tweede Kamer is niet blij met de aanduiding allochtonen, die door sommigen als een stigmatiserend etiket ervaren wordt. Daarom heeft ze vorige week besloten het gebruik ervan niet langer toe te staan in overheidsdocumenten. Het belangrijkste argument: we hebben geen apart woord nodig voor mensen wiens vader of moeder niet in Nederland is geboren. Want dat is de strikte definitie van allochtonen: personen van wie tenminste één van de ouders in het buitenland het levenslicht zag. Op die specifieke groep wordt geen beleid gemaakt. En dus draagt het hanteren van het begrip allochtonen niet bij aan het functioneren van de democratie. Helaas wél aan iets wat we niet willen: het in stand houden van de tweedeling.

Tsja. Groepen vormen en daar een naam op plakken. Het zit in de aard van het beestje. Limburgers en Hollanders, Sjengen en boeren. Zo onderstrepen we onze eigen identiteit en houden we een beetje overzicht. Maar laten we elkaar niets wijsmaken. Met het weglakken van de bewuste term uit beleidsstukken, is de etikettenplakkerij nog geen verleden tijd. Waarschijnlijk duikt er binnen de kortste keren een nieuwe naam op, die ook niet gaat voldoen. Omdat het probleem niet in de naam maar in de lading zit.

Deze column is gepubliceerd in de Limburgse kranten op 1 april 2016.

 

 

Een gedachte over “Aard van het beestje”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.