After-party

Hèhè, nu hebben we alles gehad. Na alle afscheidsrituelen bij het aftreden van Beatrix was het afgelopen zaterdag eindelijk tijd voor het grote bedankconcert voor onze gewezen koningin. Een concert dat werd ingevuld door ‘mensen uit het volk’. Laat maar komen die klompen en melkbussen, de Koninklijke familie is erop getraind te doen alsof ze zo’n spektakel helemaal geweldig vindt. En Rutte vindt het, zolang er maar geen olifanten op het podium verschijnen, altijd leuk. Dus misgaan kon het niet.

Drieëndertig lofzangen en voordrachten van gewone Nederlanders. Dat moest aan elkaar gepraat worden door een gewoon meisje met presentatie-skills. Yvonne Jaspers had het nog even te druk met haar verliefde boeren, dus bleef er niemand anders over dan Chantal Janzen. Een mooie kans voor haar om een uitstapje te maken van RTL naar de NOS. Een feestelijk jurkje had ze nog wel hangen, dus de deal was snel gemaakt.

Het moet gezegd: ze zong in de nationale volksfeesthal een gevoelig liedje voor de koningin-eh-prinses. Een fragiel, vlasblommig lied dat verhaalde over ‘als de wereld weer woedde.’ Waar dat op sloeg was niet helemaal duidelijk, maar het rijmde wel mooi op ‘onder uw hoede.’

De blonde zangeres valt, behalve een overdosis zoete zinnetjes, weinig te verwijten. Zij deed haar best en die uitstraling van ‘kijk-mij-hier-eens-voor-u-staan-zingen’ hoort nu eenmaal bij een musicalster. Dit is wat het volk wil, dit vinden gewone mensen leuk: zo denken entertainers. En de majesteitelijke moeder speelde het spel nog maar eens mee. Niemand die aan haar kon zien of ze toch niet stilletjes dacht: ‘Hoe laat begint de afterparty?’

Deze column is gepubliceerd in Dagblad de LImburger en het Limburgs Dagblad van 7 februari 2014

7 gedachten over “After-party”

  1. Geen idee meer waar die over ging maar over een jongetje dat een olifant tijdens een circusparade pest.
    Later als huj volwassen is neemt de olifant wraak. Moest direct aan Rutte denken

  2. Ank, daar ga ik niet op reageren, om de dooie dood niet, dacht ik na het lezen van jouw ‘After-party’. Ik heb niets met de leden van het koningshuis. Of beter gezegd: ik heb er wel iets mee, maar dat is niet zo positief. Dus kan ik ongevraagd commentaar beter achterwege laten. Daarom ook, uit eigen lijfsbehoud, negeer ik informatie hunomtrent zoveel mogelijk.
    Maar aangezien ik trouw jouw columns lees werd me deze koninklijke afscheidsinformatie als het ware opgedrongen. Diezelfde dag las ik in het ‘Eigen Huis Magazine’ ook een artikel over paalrot. Het zal je maar overkomen, dacht ik benauwd, dat je huis verzakt door een wegrottende houten fundering. Een nachtmerrie voor elke huizenbezitter. En dat was het ook afgelopen nacht.
    In het holst van, in een aardedonkere kamer, op het moment dat de wind ook te ruste was gegaan en mijn zintuigen van buitenaf niet meer geprikkeld werden, begonnen mijn ledige hersencellen visuele en auditieve hallucinaties naar eigen ontwerp te ontwikkelen.
    Ons eeuwenoude huis bleek ineens op houten palen te staan, die door een gedaalde grondwaterstand aan de bovenzijde droog stonden en dus waren gaan rotten. Een deel van het huis was al ingestort. Voor de zuidgevel was de grond tot op de diepte van de fundering weggegraven en een huizenhoge funderingsmachine dreef nieuwe palen in de grond onder ons huis. Het waren geen gewone grenenhouten palen zoals gebruikelijk, nee, het waren stuk voor stuk de leden van het Koninklijk Huis. Theo Maassen, toch al geen fan van de koninklijke familie, was de heimeester, en juist bezig prinses Beatrix als een kop-van-jut onder het heituig te plaatsen. Omdat het haar laatste optreden was, had Theo van tevoren een conference gehouden die in grofheid al zijn andere overtrof.
    Na het applaus werd ik badend in het zweet wakker. Hersenspinsels zijn toch de smeerolie van de column, dacht ik, zeker van het commentaar erop.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.