Appel

Illustratie: Annemiek Janmaat
Illustratie: Annemiek Janmaat

Vóór mij De zondvloed. Naast mij mijn dochter die me zachtjes aanstoot en fluistert: ‘Er zijn nog meer Limburgers op het idee gekomen om naar Karel Appel te gaan.’ Het is wel duidelijk op wie ze doelt. Drie keurige dames van een jaar of zestig schuifelen achter elkaar aan de grote zaal in van het gemeentemuseum in Den Haag. Uit het geroezemoes stijgt een zinnetje op dat klinkt als ‘las-vanne-veut.’ Aha, Midden-Limburg. Roermond, iets daarboven misschien. Ik knik naar mijn dochter. We houden ons stil. Voor je het weet heb je ze plakken, die dagjesdames op gemakkelijke schoenen. Vandaag is de tijd voor ons twee. Dus komen wij nergens vandaan. Echt niet.

De zondvloed is een doek waarvan kenners zeggen: ‘Dat komt erg binnen.’ En hoewel er bij mij niet gauw iets binnenkomt zonder dat ik een deur opendoe, snap ik het wel. Geloof ik. Behoorlijk heftig, die kolkende massa in rood, oranje en geel die daar zwaar bulderend op je af komt rollen. Of zie ik dat onheilspellende vooral vanwege de titel? De kleinste van het damestrio moet ervan zuchten: ‘Hier hoef ik Harry niet mee naar toe te nemen. Als hij er twee heeft gezien, dan heeft hij al genoeg.’ Ze zegt het meer tegen zichzelf dan tegen haar vriendinnen. Die zijn al door naar de volgende zaal. Daar draait een filmpje waarin Appel aan het werk is. Koning Karel in zijn schildersdomein. Eén brok wervelende energie. Maar vooral een vrij man die precies weet wat hij wil en dat ook doet. Mijn kop eraf als Harry niet op hem lijkt vandaag.

Deze column is gepubliceerd in de Limburgse kranten op 29 april 2016.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.