Een wolk minimuggen

Illustratie: Annemiek Janmaat

Het ruikt naar lindebloesem in de straat, zoet en zacht. De weg loopt hier zo steil naar beneden dat je kunt fietsen zonder te trappen. Ik voel de zon op mijn armen, de wind in mijn haar. Is dit wat mensen bedoelen, als ze zeggen dat ze ‘in de flow’ zitten? Bij het naderen van de randweg twijfel ik even. Moet ik al oversteken om bij het park te komen, of kan ik beter met de bocht meegaan naar rechts? Rakelings zoeft een fietsster langs me heen. ‘Sorteer dan ook voor, kutwijf!’, roept ze over haar schouder. Ik kijk haar na. Ze zet alweer een tandje bij.

Langs de stadsmuur in het park kabbelt de Jeker op weg naar de Maas rustig voort. Een wolk minimuggen danst boven het water. In de schaduw van de hoge bomen liggen groepjes mensen in het gras, her en der afgewisseld met wat eenlingen. De meesten met een boek wijdbeens over het gezicht gespreid.

Een echtpaar op leeftijd heeft postgevat op een bankje. ‘Hoe vaak ik niet denk: ik moet Jasja bellen. Maar het komt er maar niet van,’ ventileert de vrouw in een luidkeelse mijmering. Waarop de man oppert: ‘Het blijft een kwestie van voornemen Wies.’ Wat hier verder nog bekeuveld wordt, kan ik niet meer verstaan. Er rijdt een man op een scootmobiel het zomerplaatje binnen. Naast hem rent een hond. Via de hobbelige helling bereiken ze de waterkant. Daar stapt de man van zijn voertuig af, raapt verrassend lenig een stok van de grond en gooit hem een flink eind stroomafwaarts. Waardoor de hond verandert van een blije hond in een bijzonder blije hond.

Wat ik hier doe, zo midden op de dag? Ach, noem het een oefening in verwonderen. Beetje alto ja. Maar wist u dat een uurtje bewust verwonderen om de hoek heilzamer werkt dan een week naar Barcelona?

Deze column is gepubliceerd in Dagblad de Limburger op 7 juli 2018.

 

 

 

 

3 gedachten over “Een wolk minimuggen”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.