Nieuwjaarsdip

Op een druilerige dag deed ik een nogal mannelijke uitvinding: de Gelukometer. Hij werkte zo: elke dag gaf ik een punt op een schaal van nul tot tien aan mijn geluksgevoel. Een baaldag stond voor een nul, een topdag voor een tien en de rest spreekt voor zich. Ik zou de uitslagen gaan verwerken in Excell, zodat ik er een mooi grafiekje van kon maken. Natuurlijk, er zijn originelere dingen uitgevonden maar het bijzondere aan mijn bedenksel was dat ik zeker wist dat de sleutel tot het geluk in mijn handen lag.

De Gelukometer zou mij inzicht geven in mijn zielenleven en dat was een erg aantrekkelijk vooruitzicht. Ik hoorde mezelf al zeggen: ‘Och, ik zit in mijn nieuwjaarsdip, dat heb ik elk jaar de tweede week van januari. Laat me maar, volgende week is het weer over.’ Of: ‘Tsja, midden oktober is altijd zo’n laffe periode. Ik scoor al jaren een zesje zo rond de veertiende.’ Met anderen, aan wie ik mijn Gelukometerconcept slim zou hebben verkocht, wilde ik mijn cijfers gaan vergelijken. Op die manier zou ik nog iets kunnen opsteken van degenen die beter scoorden dan ik.

Helaas. Het lukte al vanaf de tweede maand niet meer om er dagelijks aan te denken. En de meterstanden na een tijdje met terugwerkende kracht invullen, leverde een onbetrouwbaar beeld op. Dat ging niet werken dus. Weifelend stak ik de meter nog maar eens in mijn hart, maar het begon me al te dagen. Niet het mannelijke meten was debet aan het mislukken van mijn geniale experiment. Het was de vrouwelijke misvatting het geluk te willen beheersen.

Deze column is gepubliceerd in Dagblad de Limburger en het Limburgs Dagblad op 10 januari 2014

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.