‘Heb ík weer’

Op de terugreis in de trein van Utrecht naar Sittard reist deze zin met me mee: problemen verbinden mensen. Ik ving hem op in een bijeenkomst over kwaliteit op de werkvloerZe kwam uit de mond van een vlotte spreker, die het gelijk aan zijn kant leek te hebben, alleen al vanwege het enorme zelfvertrouwen waarmee hij zijn verhaal maar ook zichzelf presenteerde. Ik kijk naar dit soort presentatiekoningen als naar een hond aan een ketting: met de nodige argwaan.

Na de stop in Eindhoven is de trein nog maar amper op snelheid als hij plotseling weer stilstaat. ‘Vanwege een aanrijding met een persoon’, verklaart de stem uit de intercom. Iemand roept: ‘Wat een mongool.’ Verderop in de coupé zucht een jongen in zijn telefoon: ‘Heb ík weer.’ Meteen als de deuren opengaan rent iedereen, ondergetekende voorop, naar spoor vier vanwaar de eerstvolgende trein zal vertrekken. Problemen verbinden mensen. Hm.

De verdere reis verloopt soepel. Tot Roermond, dan kraakt en ritselt het weer in de intercom. Hoewel de mededeling onverstaanbaar is, heeft iedereen het begrepen: we moeten er weer uit. Weer een aanrijding met een persoon, nu in Maasbracht. Verder treinverkeer naar het zuiden ligt plat. Voor het station: honderden gestrande reizigers en nul vervangende bussen. De NS is nog aan het nadenken.

Binnen een half uur zit ik samen met drie mij onbekende medereizigers in een taxi op weg naar Sittard. We hadden met zijn vieren nog geen twee seconden nodig om het eens te worden over prijs en strategie. De spreker krijgt gelijk: problemen verbinden mensen. Vooral als de oplossing naar een bord warm gehouden spaghetti ruikt.

Deze column is gepubliceerd in Dagblad de Limburger en het Limburgs Dagblad op 6 december 2013.

5 gedachten over “‘Heb ík weer’”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.