Hummen en knikken

Het leven van een student aan de toneelacademie is druk, zo merken wij als lege-nest-ouders. Zo druk, dat we zelf geregeld naar Maastricht rijden om dochterlief weer even te zien. Als de berg niet naar Mozes komt, komt Mozes naar de berg. Ook prima.

Voorzichtig loods ik de auto door het drukke verkeer naar de binnenstad. Ik maak me geen zorgen over een paar schrammetjes aan de buitenkant, maar wel over de inhoud van een grote warme pan in de kofferbak. Een flauwe bocht gaat nog wel. Maar als ik plotseling moet remmen, is het niet ondenkbaar dat de bruine bonen ons om de oren vliegen.

‘Ha, daar komt de chili.’ Wat is ze blij om ons te zien. ‘Waar zal ik hem neerzetten?’ Terwijl ik het vraag, kijk ik haar kamer rond op zoek naar een plekje voor de pan. Op de grond dan maar. Lekker belangrijk. Of we even willen helpen snel een paar borden af te wassen?

‘Ik ben nu bezig met een stuk over angst’ zo vertelt ze. ‘Weet je, dat als mensen bang zijn, ze automatisch ongenuanceerder gaan denken? Dat is iets biologisch. De hersenen filteren dan de kleine prikkels weg’. We luisteren, we hummen en we knikken. Het is altijd weer bijzonder om te praten met de jeugd. Ze zegt dingen die jij al langer weet, maar nu zij zelf verbanden legt, ga je er opeens weer over nadenken. Dat geldt niet alleen voor de grotere thema’s zoals angst, maar ook voor het goedje op ons bord. ‘Volgende keer wat minder peper pap.’

Deze column is gepubliceerd in Dagblad de LImburger en het Limburgs Dagblad op 6 februari 2015.

Een gedachte over “Hummen en knikken”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.