‘Iemand 43?’

Illustratie: Annemiek Janmaat
Illustratie: Annemiek Janmaat

‘Uw heerlijk avondje kan beginnen’ lees ik op het uithangbord bij de bakker. In de etalage zit in vol ornaat, een vriendelijk zwaaiende Sint  tussen de pepernoten. De speculaasgeur die met vlagen naar buiten waait, doet de rest. Voor ik er erg in heb, sta ik binnen.

Er hinnikt een paard. Vreemd, buiten heb ik niets gezien. De bakkersvrouw kijkt over de toonbank de zaak in en vraagt: ‘Iemand 43?’ Niemand reageert. Niet op het gehinnik, niet op haar vraag. Twee dames op leeftijd staan met hun ruggen gebogen over hun gesprek. Pas als de vrouw heel subtiel voor hen gaat staan en voor de tweede keer ‘43’ roept, kijken ze even op en schudden het hoofd. Nee, niet hun nummer.

Een jonge meid stapt de winkel binnen. Paardenstaart, trainingsbroek en snelle schoenen. Met een ruk trekt ze haar nummertje van de rol, werpt een ongeduldige blik op het scherm aan de muur en zakt neer op een bankje. Opnieuw klinkt er gehinnik. De bakkersvrouw blijft vriendelijk: ‘Nummer 44?’

Van de twee heren die naast me staan te wachten, stapt er een naar voren. Hij legt zijn briefje op de toonbank en wijst naar het brood. Een halfje meergranen en een rogge alstublieft. Nadat hij betaald heeft, klikt de bakkersvrouw op de muis naast de kassa. Waarna het paard zich weer uitbundig laat horen en het nummer op het scherm verspringt. Haar ogen zoeken al naar de volgende klant, maar de heer van het type oom-met-de-ondeugende-knipoog, wil eerst nog iets van haar weten. ‘Heeft u dat bandje zelf ingesproken mevrouw?’

Deze column is gepubliceerd in Dagblad de Limburger en het Limburgs Dagblad op 4 december 2015.

 

 

 

 

3 gedachten over “‘Iemand 43?’”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.