Liefdesnood

Illustratie: Annemiek Janmaat
Illustratie: Annemiek Janmaat

Je zou elke middelbare school een Len van Schaik in het docententeam gunnen. Vanaf de eerste zin die ze uitspreekt in de kelder van het theater aan het Vrijthof, heeft ze haar publiek niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk aan haar voeten. Als een rasverteller bereidt zij ons voor op Orphée et Eurydice, de opera die dadelijk in de Papyruszaal wordt uitgevoerd. Zo kunnen we ons moeiteloos laten meevoeren met het mythische liefdesverhaal, dat componist Christoph Willibald Gluck al in de 18e eeuw tot een muzikaal drama bewerkte.

Al tijdens hun huwelijksdag sterft Orphées geliefde Eurydice. Nog voordat het prille geluk op zoek kan gaan naar zijn vorm of grens, is er al niets meer van over. Is er iets treurigers te bedenken? Ruim anderhalf uur lang neemt Orphée ons mee in zijn onmetelijk verdriet. We zien hem lijden terwijl hij probeert te wennen aan zijn lot. We zijn getuige van de uitstapjes die zijn geest maakt om te voorkomen dat hij gek wordt. Het ontkennen van de ondraaglijke waarheid. De gedachte dat zijn eigen dood de enige oplossing is voor zijn misère.

Je moet wel van beton zijn, om je niet door dat verdriet te laten raken. De uitvoering stemt tot nadenken. Wat weten we van de werkelijke pijn van iemand die zijn geliefde mist? En waar anders dan in de kunst, krijgen we zo’n zuivere en confronterende inkijk in het hart van degene die in liefdesnood verkeert? Tenzij we zelf die onfortuinlijke gene zijn, vrees ik dat dit de respectievelijke antwoorden zijn: nagenoeg niets en nergens.

Deze column is gepubliceerd in Dagblad de Limburger en het Limburgs Dagblad op 12 juni 2015.

6 gedachten over “Liefdesnood”

  1. Klopt helemaal Ank, Len van Schaik heb ik ook wel eens op de radio gehoord. Je zit meteen vastgekluisterd als zij iets vertelt. En jij hebt het weer mooi verwoord.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.