Ragertjes

Tandartsen zijn soms net loodgieters. Wanneer ze boven het werk van een collega-concurrent hangen hoor je ze bijna denken: tsjongejonge. Peentjes zwetend in de stoel luister ik naar een tandarts, die mij voor het eerst ziet. Hij adviseert nogal wat elementen in mijn eetkamer te vervangen. Te beginnen met de vullingen. Daarna kunnen we het dan hebben over de rest. Dat is zijn voorstel.

Liggend ben je altijd zwakker, dus ik hou me nog even in. Een beetje wazig bedank ik hem voor de kennismaking. Terug thuis, hervind ik mijn kritische zelf. Hoezo de hele boel vernieuwen? Die brug zit er pas een paar jaar in. Bovendien heb ik nergens last van. Heeft mijn vorige tandarts zich werkelijk zo aan mij mispeuterd? Tijd voor een second opinion.

Op advies van een vriendin beland ik bij een tandarts die ‘echt niet te veel doet’. ‘Gebruikt u ragertjes?’ Hij ziet de frons op mijn voorhoofd. Bij ragertje denk ík aan een langharig hondje, maar hij zegt: ‘U weet wel, zo’n mini-toiletborsteltje, waar je overal goed mee tussen kunt.’ Nu vind ik een toiletborstel bij uitstek een ding, waar je helemaal nergens mee tussen kunt. Behalve tussen de spijlen van een kinderbedje, maar om dat nu met een toiletborstel te gaan schoonraggen? Alla, terug naar de les over de miniversie. Die wil ik wel snappen, want die ragertjes zijn mijn redding. Als ik die goed gebruik, hoeft er op een minigaatje na, helemaal niets.

Huppelend naar de drogist voor een gezinsverpakking. Ik heb zojuist een dubbel maandsalaris uitgespaard. Wat ik vermoedde, blijkt te kloppen: in de tandartsenij kan het best een tandje minder.

Deze column is gepubliceerd in Dagblad de Limburger en het Limburgs Dagblad op 19 april 2013

9 gedachten over “Ragertjes”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.