Sjengcity

Illustratie: Annemiek Janmaat

Het is nog vroeg. De stad is net wakker. Een vrachtwagen wurmt zich met zijn brede witte kop door de nauwe straten van het centrum. De hoge huizen houden hun adem in. Voetgangers blijven staan om te kijken of het wel goed gaat. Omkeren is geen optie. Het tafereel doet me denken aan de bevalling van wijlen onze cavia Soffie. Nadat ze op een onbewaakt moment lustig besprongen was door een van haar broers, kreeg ze een albinojong dat bij geboorte al qua omvang niet voor zijn moeder onderdeed. Geruïneerd bleef ze achter. Afijn, zijstraat.

Op Mosae Forum, tussen de Markt en de Maas hangen twee mannen in de lucht. Vanuit de bak van een hoogwerker ondernemen ze verwoede pogingen de nog ontstoken kerstversiering ongeschonden naar beneden te halen. Ik sla de hoek om bij het gemeentehuis en neem binnen de trap naar boven naar de grote hal. Daar trek ik een nummertje uit een van de ontvangstapparaten. U106, ik ben vast zo aan de beurt.

‘Staat u in relatie tot degene die met u mee verhuist?’ vraagt het meisje achter balie 12. Sta je in relatie tot degene met wie je drie kinderen hebt en die na dertig jaar nog steeds zonder vragen je nek masseert na een dag tikken in een door fysioprofies zwaar verfoeide werkhouding? ‘Ik denk het wel.’ Het meisje knikt en schuift een formulier over de balie. ‘Wilt u dit dan even tekenen? De informatiegidsen zijn in bestelling. Maar u leest alles op de website hoor.’

Voor ik het goed en wel in de gaten heb, sta ik alweer buiten. Als nieuwe, kersverse burger van Maastricht. Met veel kriebels in de buik en één op een stuk papier heb ik het zojuist officieel bevestigd. Ik ben terug van weggeweest. En voor zover ik vooruit kan kijken, voorgoed ‘in relatie tot’ Sjengcity, mijn hoofd- maar vooral mijn hartstad.

Deze column is gepubliceerd in Dagblad de Limburger op 3 februari 2018.

 

 

 

4 gedachten over “Sjengcity”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.