Tas op schoot

Illustratie: Annemiek Janmaat

Zes tafeltjes telt het dorpsterras. Ondanks het warme weer hangen er dekens over de stoelen. Van de zes tafels die ruim zicht bieden op een parkeerplaats, waar de autodaken blikkeren in de zon, zijn er twee bezet. Niet bepaald een kanshebber voor de titel ‘Beste terras van Limburg’, dit. Eerder een doorsneeterras. Niet goed, niet slecht, maar ook een beetje treurig. Zo’n plek waar je gaat zitten omdat het te vol is bij de concurrentie een eindje verderop.

Naast mij zitten twee dames op leeftijd. Zussen, zoveel is meteen duidelijk. Het haar keurig in de krul. Tas op schoot. Beiden in het tragische bezit van een neus, die in de openbare ruimte al gauw leidt tot gesmoorde discussies over het nut van plastische chirurgie. Afijn. De aanblik ervan zou nog best meevallen, ware het niet dat zich ook de nodige helaasheid aan hun gezichten heeft gehecht.

Het liefst zou ik hier schrijven over twee dametjes, die ondanks de genoemde treurige feitelijkheden, samen genieten van een mooie junidag. Maar nee. Verbeten zuigen ze aan de rietjes in hun glaasjes prik. Hun conversatie beperkt zich tot de vraag van de een: ‘Jij nog iets?’ en het antwoord daarop van de ander: een korte knik. Zo zitten ze hier hun zondagmiddag in stukken te knippen. Te oud om hun gebrek aan levenslust nog in de schoenen van hun ouders te schuiven. Te vief om al toe te geven aan de laatste etappe van het verval.

Tja. Misschien schoven ze jaar in jaar uit, met rode vingers van de kou, koteletten over de toonbank. En vernamen ze, daags na hun pensioen, vol ongeloof het verwijt dat ze al die tijd vooral hebben meegeholpen aan de teloorgang van de aarde. Zoiets zal het zijn. Of iets anders ergs. Iets wat hier in de verste verte niet op lijkt.

Deze column is gepubliceerd in Dagblad de Limburger op 9 juni 2018.

 

 

 

7 gedachten over “Tas op schoot”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.