Wild

Illustratie: Annemiek Janmaat

De kapeldeur is nog niet dicht of de geur van wierook overvalt me al. Ik ga zitten op de eerste de beste bank die ik voor me zie. Het soort kerkbank dat gemaakt lijkt voor mensen zonder bovenbenen. In de nis achter het altaar staat een beeld van Maria met het kindje Jezus op de arm. Beiden gehuld in een blauwfluwelen mantel. Op een hardstenen zijaltaartje, niet ver van het beeld vandaan, ligt een schrift waarin bezoekers wensen achterlaten. Kleine en grote wensen; van ‘Lieve Maria, zegen onze fietstochtjes’ tot ‘Help mij alstublieft van mijn buikpijn af.’

Op de hoek van elke bank ligt een stapel misboekjes, voorzien van inlegkaartjes met daarop de laatste update van het Onze Vader. De versie waarin ‘leid ons niet in bekoring’ vervangen werd door ‘breng ons niet in beproeving.’ Jammer. Want wat was er mis met bekoring? Niemand aan wie ik het hier vragen kan. De oude man bij het kaarsenblok laat ik liever met rust. Zijn aandacht wordt volledig opgeëist door de brandende lucifer op weg naar een lontje. Met zijn schouders diep naar binnen gebogen, lijkt het alsof hij met zijn hele achterkant zijn hart beschermt. Maar dat is, realiseer ik me, een typische gedachte van iemand, die de neiging heeft nieuwetijdsgedachten los te laten op alles wat voorbij komt. Grote kans dat deze man zich ‘gewoon’ krom heeft gewerkt met de schop.

Oude mensen. Hoe bijzonder, dat we er zoveel van hebben. En dat de meesten, de beproevingen van de oude dag even daargelaten, erg kunnen genieten van alles wat bekoort. Want laten we eerlijk zijn. Wie is het meest tevreden met kleine dingen? En wie is het best in staat, zijn levenswijsheid te vatten in één enkel zinnetje?

Het kaarsje brandt. De oude man heeft zijn stok weer ter hand genomen en schuifelt voorzichtig naar de deur. Ter hoogte van het wijwaterbakje blijft hij staan. Daar strekt hij zijn rug, knipoogt in mijn richting en oppert: ‘Houwe ze os mer wild geloate.’

Deze column is gepubliceerd in de Limburgse kranten op 22 september 2017

2 gedachten over “Wild”

  1. ‘Houwe ze os mer wild geloate.’

    Hoe zou je die laatste zin kunnen vertalen?
    – Hadden ze ons maar wild gelaten.
    – Hadden ze ons maar met rust gelaten.
    – ?

    Welke vertaling geeft de gevoelswaarde van de knipogende oude man het beste weer?

  2. Anton, Ik denk met deze uitdrukking wordt bedoeld: was het leven maar wat eenvoudiger, met wat minder regels en normen, zodat we wat dichter ‘bij onze natuurlijke staat’ konden blijven.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.