Zelden thuis

‘Weet jij het eigenlijk al, mam? Wil je dat we je begraven of heb je liever dat we je laten cremeren?’ We zitten te eten, de zon schijnt en voor zover ik het weet heb ik geen enge ziekte. Alle reden dus om het vandaag eens over de dood hebben. Zomaar. Nee, mam weet nog niet hoe ze het zou willen. Nou ja, een beetje dan: ‘Jullie mogen in elk geval zelf weten hoe jullie gekleed gaan en iemand moet iets moois zeggen.’ Meer komt er zo gauw niet naar boven.

Wil ik begraven worden? En zo ja, waar dan? Eerlijk gezegd weet ik me niet zo goed raad met begraafplaatsen. De doden die ik ken, zijn zelden thuis als ik langskom. Misschien houden ze niet van onverwachte gasten. Soms denk ik dat ze zich bewust gedeisd houden omdat ze weten dat het niet langer om hen gaat, maar om de mensen die voor het graf staan. En wat zij ervan maken samen.

Eerder kom ik hen tegen op plekken en momenten waar ik hen niet verwacht. Plotseling zit mijn vader in de rug van een onbekende met een hengel aan de rand van de visvijver. Bij het openen van een oude tekendoos zie ik opeens, alsof het beeld uit de verfgeur is opgestegen, het gezicht met de watergroene ogen van een vroeger klasgenootje. Ze verdronk toen ze dertien was.

‘Of wil je worden opgelost in een chemische vloeistof? Resomeren heet dat. Dan stoppen ze je in een bad met water en kaliloog. Schijnt heel goed voor het milieu te zijn.’ Hm. ‘Iemand nog een broodje?’

Deze column is gepubliceerd in Dagblad de Limburger en het Limburgs Dagblad van 23 augustus 2013

8 gedachten over “Zelden thuis”

  1. “Resomeren? Niet doen Ank. Je wordt dan samen met poep en pies in het riool gedumpt en je komt voorbij Rotterdam in de Noordzee terecht.
    Beter is je laten cryomeren: vriesdrogen en in ontelbare stukjes uiteenvallen. In een stevige bananendoos begraven in je achtertuin ben je binnen één jaar gecomposteerd en leef je nog tientallen jaren verder in de appel- peren- of kersenboom die op je graf geplant is.
    Is er leven na de dood? Ja dus. Bij het eten van de vruchten kunnen je kleinkinderen met recht zeggen: dit is haar lichaam, wij eten allen hiervan.”

  2. Dat weet ik niet meer…weet alleen nog dat jij ons ingelicht hebt over het ongeluk….was vakantie volgens mij……heeft veel indruk op me gemaakt toen….

  3. Die ben ik dan weer helemaal kwijt…ik zie alleen de tekendoos en het gezicht van haar ouders, toen we maanden later de doos met haar naam in grote letters erop, naar hen toebrachten.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.