Zwoksel

“Weet je wat het met jou is, mam? Jij denkt niet meer na. Jij stelt alleen maar vragen.” Zo, die laten we even inwerken. Mijn grote zoon vertelt mij dus, dat ik alleen maar denk dat ik denk. Nu niet meteen de beledigde peer gaan uithangen. Hij mag best kritisch zijn. Zo hebben we hem toch zeker zelf opgevoed? Bovendien zijn we op weg naar oma en dat is nog minstens drie kwartier rijden.

“Hoe bedoel je, jij stelt alleen maar vragen?” Voor de zekerheid hou ik mijn blik strak op de weg.
“Nou kijk, als ik tegen mijn vrienden zou zeggen: ‘Ik ruik je zwoksel’, dan zouden die meteen antwoorden: ‘Je ruikt je eigen zwanus.’ Maar jij vraagt alleen: ‘Wat is een zwoksel?’’
Dat is waar. Ik deed het net nog, toen ik het woord voor het eerst hoorde vallen tussen broer en zus op de achterbank. “Aha, dus vragen stellen is iets voor domme mensen?” “Meer iets voor ouderen. Jonge mensen denken meteen door, snap je? Daarom zeggen die direct zwanus.” “Of zwagina”, voegt zus er droog aan toe.

Nu niets zeggen over al die vragen, die in het voorbije kwartier op me zijn afgevuurd. Mag de radio aan? Mag het raampje open? Kun je niet wat harder gassen? Dat kan ik wel maar dat doe ik niet. Wat ik wel doe, is het raampje dichtdraaien en vragen of de schoenen misschien weer aan kunnen. Ik ben er niet helemaal zeker van, maar volgens mij ruikt het ernstig naar zwoeten.

Deze column is gepubliceerd in Dagblad de Limburger en het Limburgs Dagblad op 5 december 2014.

6 gedachten over “Zwoksel”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.