Gods zaakjes

Illustratie: Annemiek Janmaat

Als ik in de vroege morgen naar mijn werk rijd, staat Elske al over de viooltjes gebogen. In haar linkerhand houdt ze een emmertje. Met de rechter knijpt ze uitgebloeide bloemen weg. ’s Avonds als ik thuiskom, staat ze er nog. Of weer, dat kan ik er niet aan zien.
 
Ze woont nog maar net in haar nieuwe huis. Het naambordje moet nog komen, maar de fuchsia’s hangen al aan de muur. 91 jaar oud, en alles doet het nog: het hoofd, de handen, de rug. Bukken kan ze als de beste. Haar moeder placht het al te zeggen: ‘Elske, wanneer zit je nu eens stil.’  Maar stilzitten, da’s niks voor haar.
 
Als Elske God was en de bloemen waren mensen, dan had God zijn zaakjes goed voor elkaar. Niets en niemand bijt zich in Elskes maquette van het paradijs. Van de nuffige Annabelle Hydrangea tot de doodgewone dahlia: alle soorten gedijen prima naast en door elkaar. Je zou hooguit kunnen stellen dat God zich hier ontpopt als voorstander van een wel erg ruimhartig euthanasieprogramma. Elk verdroogd bloempje verdwijnt al in de emmer voordat het zelf is kunnen vallen.
 
Hoewel het tuintje doet vermoeden dat Elskes wereld ophoudt bij de rozen tegen de draad, laat ze zich graag bijpraten door ‘de jeugd’ daarbuiten. Ze luistert met grote oren als ik haar vertel over het leven op kantoor. Dat ik daar collega’s heb, die mijn kinderen zouden kunnen zijn. En dat ik er al veel leeftijdsgenoten heb zien vertrekken. De een naar nog één keer een nieuwe baan. De ander naar een leven met wat meer mogen en minder moeten. Ze knikt begrijpend als ik zeg dat ik mijn oude collega’s wel eens mis. En dat ik soms denk: wie is er straks nog, als ík een keertje ga?
Om dat laatste moet ze hartelijk lachen: ‘Kind, dan zitten we met dezelfde vraag.’

Deze column is gepubliceerd in het Dagblad de Limburger op 29 juni 2019.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.