Werk je nog?

Illustratie: Annemiek Janmaat

Vandaag is het de laatste dag van de Week van de Nederlandse taal. Veel heb ik van die themaweek niet gemerkt, maar het schijnt dat er zowel in Nederland als België de nodige aandacht voor was. Interviews met schrijvers, taalspelletjes, boekpresentaties, noem maar op. De week werd geopend met een Taalcongres in Utrecht en wel door de H.K.H. Prinses Laurentien der Nederlanden. Vreemd, altijd als ik zie dat zij iets opent, bekruipt me het gevoel dat het betreffende feestje wordt ingeluid met eh… nou ja, een soort troostprijs. Dat komt niet door haar, dat komt door hoofdprijs Màxima. Afijn, zijstraat.
 
De
Week van de Nederlandse taal heeft als doel het belang en de mogelijkheden van onze taal te onderstrepen. Daar werk ik graag aan mee. Daarom hang ik vandaag de vlag uit voor een bijwoord. Niet zomaar een bijwoord: nee, het gaat hier specifiek over het woordje nog. Dat kleinood is sinds kort mijn leven binnengeslopen als een weespoes op zoek naar een huis. Twee rondjes rond de kuiten, meer had het niet nodig om te beslissen: “Ik hoor hier; ik blijf.”
 
Dat
nog een bijwoord met een bite is, viel me pas op toen iemand me vroeg: werk je nog? Niet lang daarna merkte ik dat het woord ook zijn doel niet miste in zinnetjes als: heb jij nog geen steunzolen/spataderen/last van staar? Vragen waar op zichzelf niets mis mee is, maar die wel degelijk in een bepaalde richting wijzen.  
 
U weet dus wat eraan vooraf ging nu ik beweer dat
nog in staat is, om iemand in drie letters (!) aan het verstand te brengen, dat het niet de omgeving is die zo sterk naar herfst ruikt maar de persoon zelf. Anders gezegd: nog vertelt je dat je al aardig op weg bent naar het punt waar de tijd samenvalt met het grote, zalige niets. Waarvoor dank nog, waarvoor dank.

Deze column is gepubliceerd in Dagblad de Limburger op 12 oktober 2019.

6 gedachten over “Werk je nog?”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.