Zussen

Illustratie: Annemiek Janmaat

Als ik een of andere god was die aan iedereen iets mocht geven, dan wist ik meteen wat dat zou moeten zijn: een zus. Want van zussen word je een beter mens. Ik ben er zelf het levende bewijs van. De gecorrigeerde versie van mijzelf is stukken beter te hebben dan de ongecorrigeerde. Daar moet ik aan denken als twee Turkse zussen tegenover me neerploffen in de trein die zo vertrekt uit Amsterdam-Centraal.

De jongste van de twee studeert in Aken. Ze heeft haar oudere zus, die in Izmir nog bij haar ouders woont, getrakteerd op een uitstapje naar Amsterdam. Rode wangen hebben ze en grote ogen met een open blik. Het is hen aan te zien dat ze de stad hebben opgezogen met de gretigheid die hoort bij jonge, ontvankelijke meiden.

Ze zijn rechtstreeks van het Damrak de trein ingesprongen. Nog helemaal uitgelaten van opwinding zien ze in mij geen gewoon mens op weg naar huis, maar een interessant staartje aan hun dagje uit. Een Hollandse bezienswaardigheid waarvan ze alles willen weten. In hun beste Engels vuren ze vragen op me af. Heeft u kinderen? En een man? Hoe lang al? Is uw haarkleur echt? We zijn al bijna in Eindhoven als de toon zachter wordt en de vragen intiemer. Heeft u wel eens paddo’s gebruikt? En wiet? Niet?

Opeens zitten ze er een beetje beteuterd bij. De bezienswaardigheid lijkt meer op hun eigen moeder dan gedacht. You have very strong energy’, besluit de oudste. Tsja, hoe leg je dat uit? Dat wij in ‘onze tijd’ Het verrotte leven van Floortje Bloem lazen. En dat dat genoeg was om zeker te weten, dat met het roken van één enkele joint, de rode loper naar de hel voor je was uitgerold. De jongste zucht: ‘Ik heb goed op haar moeten letten vandaag. Ze was zo wild, ze wilde overal naar binnen.’ Dan lachen ze samen, zoals alleen zussen onder elkaar dat kunnen.

Deze column is gepubliceerd in het Dagblad de Limburger op 16 februari 2019.

 

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.